voor de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt.
Van de vrouwen die vlak na de 2e Wereldoorlog
geboren zijn, had slechts 57% op hun 45-tigste een baan.
In latere generaties is dit gegroeid naar 87%.
Maar onder de mannelijke veertigers is dit al jaren stabiel, zo rond de 90%.
Niet alleen groeide de deelname onder vrouwelijke veertigers, ook werkten ze meer uren.
Deze steeg van ruim 24 naar ruim 26 uur per week.
Vrouwelijke veertigers die minder dan12 uur werken,
worden steeds schaarser.
In eerdere generaties werkte bijna 20% in zo'n kleine baan
In de huidige generatie is dat nog geen 9%.
Overigens daalde ook het aantal vrouwelijke
veertigers dat voltijd werkte.
En dit alles ten gunste van een baan tussen de 12 en 35 uur per week.
Er zijn nog steeds grote verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke veertigers.
Mannen werken tot 4 keer vaker voltijd dan vrouwen. En voor mannen geldt dat de norm
is dat ze voltijd werken. Voor vrouwen is dat een parttime baan
van meer dan 12 uur in de week
Kortom vrouwelijke veertigers zijn meer en langer gaan werken,
maar nog lang niet zoveel als hun mannelijke leeftijdgenoten.
Wilt u meer weten over veertigers? Kijk dan
op cbs.nl.
Nederlanders zijn lang, heel lang | NOS op 3 Maatschappijdebat PVDA-N-VA: verdiend pensioen of steeds meer werken Wie zijn de startende ondernemers? - CBS Shop jij online? - CBS Jeugdmonitor arbeid - CBS Werken in Duitsland Big Data en het CBS Jeugdmonitor criminaliteit - CBS Christian Petermann, CBS Gate Eten kinderen gezond? - CBS